| Stuurhuis weer opzetten |
We hebben overnacht voor de sluis van Cumières. Van hier tot in Parijs zijn de bruggen hoog genoeg om ons met stuurhuis en al door te
laten, zelfs inclusief het Canal de Saint Martin dat onder een deel van de stad
heen gaat en dat we niet willen missen. Dus het stuurhuis ging er weer op. We
kijken nu minder bezorgd naar hoge stapelwolken.
![]() |
| Ik mag lekker bij mammie achterop! |
De reden om bij Cumières te willen liggen is
dat mij een bedevaart voor ogen stond, naar het graf van Dom Pérignon, de
uitvinder van de champagne zo wij die nu kennen. Hij was eind zeventiende, begin achttiende eeuw cellier, kellenaar
in de abdij van Hautvillers, een dorp op drie kilometer afstand van Cumières.
Tien minuten fietsen, vond mijn routeplanner, maar die is kennelijk ingesteld
op vlak terrein. Hautvillers, ik had het kunnen bedenken, ligt hoog, op
190 meter zo mijn skitrack-app
wist te melden, terwijl onze ligplaats voor de sluis op 70 meter hoogte lag.
Een pelgrimage moet een beetje moeilijk zijn,
en het doel is de reis, zo de moderne spirituele waarheid luidt. Dat is maar goed
ook want het graf in de abdijkerk was sober en Dom Pérignon werd er niet
geschonken. Het abdijcomplex zelf is tegenwoordig eigendom van Moët &
Chandon, het bedrijf dat de naam Dom Pérignon beroemd heeft gemaakt als
prestigelabel. Abdijen die naar wijnbedrijven overgegaan, ik moest
denken aan de Badia di Coltibuono in Chianti, waar de firma Antinori nu mooie
wijnen produceert. Het blijft geestrijk.
| De grafplaat van Dom Pérignon |
We kwamen trouwens langs een stadje dat Dizy
heet, dat past volgens mij wel bij bubbels. En verder heb ik nooit geweten dat
er zo ongelooflijk veel champagnebedrijven zijn, in Cumières alleen al zag ik er zeker tien, voor mij allemaal onbekend. Een ervan was van een weduwe, niet
Clicquot maar een andere. Ik moest denken aan de Weduwe Van Nelle van de
halve zware, en Weduwe Joustra van de Beerenburg. Waar zijn al die kerels zo vroeg
aan doodgegaan?
Het verhaal van Dom Pérignon en de champagne is
trouwens interessant. Hij slaagde erin een vlakke wijn prikkels te laten
ontwikkelen, maar wat deed je met de druk die dat opleverde? Tot laat in de
negentiende eeuw droegen champagnearbeiders draadmaskers als bescherming tegen
exploderende flessen. Pas met de ontwikkeling van de drukbestendige, zware fles
en de gezekerde kurk werd het veiliger. Vooral kon er vervoerd en geëxporteerd
worden, waardoor champagne zich kon ontwikkelen tot het prestigeprodukt dat het nu is.
| Champagne |
Overigens heb ik links en rechts gevraagd wat
dat “Dom” voor Pérignon betekent. Bij het toeristenkantoor van Hautvillers
zeiden ze dat het zoiets was als het Spaanse Don, een soort heer of
mijnheer dus. Uitgesloten lijkt me dat, niemand gaat op een grafzerk zetten dat
“mijnheer Petrus Pérignon” hier ligt. Boven aan die graftekst staat ook DOM,
maar dat is iets anders, Deo Optimo
Maximo. Het Dom van Pérignon is waarschijnlijk een soort ordeaanduiding –
wie het weet mag het zeggen.
| De velden van de Champagne, met de Marne |

DOM was een (ere)naan voor Benedictijner monniken die ergens in uitblonken. Dom Perignon spreekt voor zich, maar in klooster Mamelis in Vaals had je Dom van der Laan, die eigenlijke gewoon Hans heette. Soms gingen wij daar op retraite en was een genoegen om het hem van gedachten te wisselen. Hij ontwierp strak meubilair voor het klooster. Een googletje waard. Zo mooi dat het tegenwoordig op de markt wordt gebracht als domvanderlaan.nl. Het is de vraag wat hij daar zelf van gevonden zou hebben. Dom van der Laan overleed in 1991. BartB
BeantwoordenVerwijderen